Waar je vanaf wilt, zit je het meest aan vast

Veel teams die willen veranderen, richten hun blik op de toekomst. Nieuwe afspraken, andere samenwerking, meer eigenaarschap. Logisch. Verandering vraagt beweging.
In die beweging naar voren, willen we graag ook ergens vanaf. Oude patronen, werkwijzen of structuren. Dat hoofdstuk is dan nu afgesloten. Streep eronder. Dit in elk geval niet meer.
Toch zie ik regelmatig dat juist datgene waar een team vanaf wil, steeds opnieuw de aandacht vraagt. Sterker nog, hoe harder je probeert iets of iemand achter je te laten, hoe vaker het via de achterdeur lijkt aan te kloppen. Herkenbaar?
Onlangs begeleidde ik een directieteam dat een volgende stap wilde zetten: anders samenwerken, meer gedeelde verantwoordelijkheid. Het moeizame vertrek van de vorige leidinggevende wilden ze loslaten. Tijd om vooruit te kijken.
Opvallend genoeg popte juist dit onderwerp steeds weer op. Alsof er iets bleef vragen om aandacht.
Systemisch gezien is dat juist logisch. Wat niet gezien of erkend wordt, wordt vaak -onbewust en onbedoeld- leidend. Niet omdat mensen blijven hangen in het verleden, maar omdat er nog iets plek mag krijgen.
De beweging ontstond toen we ruimte maakten voor wat er was geweest. Welke rol en bijdrage had deze persoon gehad? Wat had die periode ook gebracht? En welke patronen en dynamieken waren ermee verbonden? Door stil te staan bij zowel de waarde als de lastigheid van de verandering, ontstond er ruimte. Om echt een nieuwe koers te volgen.
Ik zie dit niet alleen in directieteams, maar ook in organisaties. Wat er niet mag zijn, krijgt macht. De lastige periode waar niemand meer naar terug wil, de tijd waarin klanten vertrokken, de reorganisatie die achter ons ligt, de geliefde leidinggevende die vertrok, een conflict wat nog sluimert. Niet wegduwen, maar aankijken. Ruimte maken voor wat er was. Het mooie en het minder mooie.
Want de beweging van ge-bonden, naar ver-bonden begint precies daar.












