In teams is niets alleen persoonlijk

Het partnerteam dat ik begeleidde liep vast. Er moesten strategische keuzes over de toekomst worden gemaakt, maar besluiten bleven uit. Overleggen werden vooral een uitwisseling van meningen en argumenten. Iedereen voelde de neiging zich te bewijzen en goed was nooit goed genoeg. De frustratie groeide en de energie lekte weg.
De oorzaak werd gezocht in het persoonlijke.
Er kwamen oordelen over elkaar. ‘Zij neemt altijd zoveel ruimte in.’
Kritische stemmen laaiden op. ‘Misschien ben ik gewoon niet goed genoeg’.
We doen het automatisch: gedrag persoonlijk maken. Bij anderen en bij onszelf. In een split second koppelen gedrag aan de persoon die het laat zien. Niet zelden leidt dat tot het zoeken van een schuldige. Het moet toch aan iemand liggen?
Maar in teams en groepen is niets alleen persoonlijk. Het systeem doet altijd mee. De vraag is dus niet óf je in de groepspatronen terecht komt, maar hoé. Ook ik als begeleider.
In het team verlegden we de vraag: wat gebeurt er eigenlijk tússen ons? En wat is de logica daarvan? Wat bleek: in hun vak waren gelijk krijgen, jezelf bewijzen en de beste argumenten hebben onmisbaar. En het waren oude patronen die ooit heel helpend waren geweest voor het voortbestaan van de organisatie.
Toen dat zichtbaar werd, ontstond ruimte. Contextualiseren in plaats van personaliseren. Een wereld van verschil.
Het team kon onderzoeken waar ze samen in terechtkwamen en oefenen met nieuwe interacties om tot gezamenlijke besluiten te komen.
Nu hoor ik je denken: is het systeem waarin je wordt meegenomen dan een excuus voor je gedrag? Nee. Het team beweegt jou én jij beweegt het team. Vanuit je eigen plek kun je bijdragen aan nieuwe beweging.
De crux zit in de manier van kijken: niemand is persoonlijk schuldig, maar iedereen is wel verantwoordelijk.
Net even anders.











