Lidmaatschap vraagt een deel van je autonomie opgeven

Veel directieteams bestaan uit leiders die vooral lid zijn van hun eigen afdeling.
En dat is niet vreemd. Ze hebben de plek van leider omdat ze daar goed in zijn: richting geven, besluiten nemen en verantwoordelijkheid dragen.
Veel directieteams functioneren ook prima zonder echt een team te zijn.
De directeuren zijn competent, werken hard en behalen resultaten. De optelsom van alle individuele inspanningen is vaak voldoende.
Totdat dat niet meer zo is. En de context om iets anders vraagt.
Niet nóg betere individuele prestaties, maar een team dat gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt voor het geheel.
Onlangs werkte ik met een directieteam dat precies op dat punt stond.
Op papier was iedereen het eens. In de vergaderingen werd gesproken over de gezamenlijke opdracht. Maar in het gedrag gebeurde iets anders. Zodra het spannend werd, trok iedereen weer terug naar het eigen domein.
Logisch eigenlijk.
In groepen brengen we vaak eerst onze eigen belangen, verantwoordelijkheden en behoeften mee. Zeker als we leidinggeven aan een organisatieonderdeel waarvoor we dagelijks worden aangesproken.
We zijn vooral leider van een deel, maar geen lid van het geheel.
Systemisch gezien is dat een bekend fenomeen.
Echt lid worden vraagt namelijk dat je een deel van je autonomie opgeeft. En dat heeft een prijs.
In je eigen deel heb je invloed, overzicht en snelheid. Je kunt besluiten nemen en koers bepalen. In het grotere geheel moet je afstemmen, rekening houden met anderen en soms iets loslaten wat voor jouw afdeling goed zou zijn.
De verborgen winst van niet volledig instappen? Je houdt de regie over je eigen stukje.
Pas toen dit directieteam onderkende wat het werkelijk betekende om lid te worden van het geheel, verschoof er iets.
De loyaliteit aan de eigen afdeling bleek groot. Instappen betekende dus ook iets achterlaten.
Daar ontstond een belangrijk onderscheid. De afdeling is waar ik leider ben. Het directieteam is waar ik lid ben.
Vanaf dat moment veranderde de vraag.
Niet langer: "Wat heeft mijn afdeling nodig?"
Maar: "Wat vraagt de gezamenlijke opgave van mij?"
Een team ontstaat niet doordat mensen aan dezelfde tafel zitten.
Een team ontstaat pas als mensen echt instappen op hun plek in het geheel.













